Vertaling:
(De burggraaf, Johannes van Ubbergen en Sander van Redinchaven) in onze aanwezigheid hebben onze medeburgers Arnold van Lymborch en zijn zus Margareta uit hun vrije wil alle roerende en roerende goederen, door de dood van hun broeders Herman, Paul en Jan zaliger gedachtenis aan de voornoemde Arnold en Greta ten deel gevallen, waar ook maar in delen van Frankrijk of de Berry gelegen ten gebruike van Theoderik Neven, onze medeburger en zijn erfgenamen door ze vrij te geven betaald, zodat de genoemde Theoderik de voornoemde goederen zonder tegenspraak in bezit zal kunnen nemen en ontvangen
Uitleg:
In het najaar van 1415 of voorjaar van 1416 overlijden de Gebroeders van Lymborch kort na elkaar, mogelijk aan de gevolgen van een pestepidemie. In dit document van september/oktober blijkt dat alle drie de broers zijn overleden in Frankrijk, in het bijzonder in de streek Berry. Hun broer Arnold en zus Margaretha wijzen Derk Neven aan als executeur testamentair. Arnold en Margaretha worden hier ‘concives’ genoemd; medeburgers. Daaruit blijkt ook dat de familie het Nijmeegse burgerrecht bezat.